Proefschrift Grietje Knol-de Vries, Diagnostics and therapeutic options in obstructive and central sleep apnea syndrome

Op woensdag 18 september 2019 verdedigde Grietje Knol-de Vries haar proefschrift “Diagnostics and therapeutic options in obstructive and central sleep apnea syndrome”. In dit proefschrift worden verschillende aspecten van het ziektebeeld slaapapneu onderzocht.

Slaapapneu is een slaapgerelateerde ademhalingsstoornis en wordt gekenmerkt door herhaaldelijke ademstops tijdens de slaap, die bijna altijd gepaard gaan met een zuurstofdaling in het bloed. Er worden twee hoofdtypen van het ziektebeeld onderscheiden: obstructief slaapapneu (OSA) en centraal slaapapneu (CSA). OSA wordt gekenmerkt door herhaaldelijke obstructies van de bovenste luchtweg, en gaat veelal gepaard met snurken. Bij CSA stopt of vermindert de ademhaling tijdelijk doordat er geen signaal wordt gegeven vanuit de hersenen naar de ademhalingsspieren. Bij CSA zijn er dus geen adempogingen tijdens de ademstops, dit in tegenstelling tot OSA, waar dit wel het geval is. Cheyne-Stokes ademhaling is de meest voorkomende vorm van CSA. Beide vormen van slaapapneu kunnen ernstige gevolgen hebben voor het energieniveau en het concentratievermogen overdag, de kwaliteit van leven en op de lange termijn ook voor de gezondheid. Gezien het feit dat slaapapneu een belangrijke risicofactor is voor ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en hart- en vaatziekten is het cruciaal dat patiënten met slaapapneu in een vroeg stadium worden gediagnosticeerd en dat zij een effectieve behandeling krijgen. Omdat slaapapneu grote impact heeft op de gezondheid van de patiënt, maar ook op de maatschappelijke zorgkosten, is het belangrijk dat deze behandeling tevens kosteneffectief is. Een kosteneffectieve behandeling leidt nu of in de toekomst tot kostenbesparing, of geeft tenminste goede gezondheidswinst tegen aanvaardbare kosten.

In de studies, beschreven in het proefschrift, werden verschillende aspecten van slaapapneu onderzocht.

In een gerandomiseerde trial werden de twee meest voorgeschreven behandelopties bij matig OSA met elkaar vergeleken. Continue positieve luchtwegdruk (CPAP; een apparaat dat via een masker lucht onder verhoogde druk de luchtwegen in blaast) bleek kosteneffectiever in het verminderen van het aantal ademstops dan een mandibulair repositie-apparaat (MRA; een mondbeugel die de onderkaak in een voorwaartse positie plaatst, waardoor de ruimte van de bovenste luchtweg wordt vergroot). Mandibulaire repositie had echter een meer uitgesproken positief effect op de kwaliteit van leven dan therapie met CPAP. De twee therapieën verschilden niet qua therapietrouw over het jaar dat deze mensen werden gevolgd.

Uit het proefschrift komt ook naar voren dat hybride therapie (een combinatie van CPAP- en MRA-therapie), een veelbelovende, maar nog weinig gebruikte, alternatieve behandeloptie is bij patiënten met OSA. In een pilotstudie ontvingen patiënten die tevreden waren met hun CPAP-behandeling, ondanks de relatief hoge druk (≥10 cm H2O) hybride therapie gedurende 3 maanden. Vier van de zeven patiënten gaven aan hybride therapie comfortabeler en effectiever te vinden dan conventionele CPAP en prefereerden de combinatietherapie boven de conventionele CPAP ook al was er geen verschil betreft therapietrouw, tevredenheid, slaperigheid overdag en de kwaliteit van leven ten opzichte van de baseline meting met de conventionele CPAP.

Patiënten met positie-afhankelijk OSA (POSA), waarbij de AHI in rugligging tenminste tweemaal zo hoog is als in andere houdingen, kunnen mogelijk baat hebben bij positietherapie. Op basis van het onderzoek waarbij werd gekeken naar de behandeling bij patiënten met POSA werd geconcludeerd dat rugligging tijdens de slaap, en daarmee de slaapapneu, vermindert met eenvoudige positietherapie, bijvoorbeeld een tennisbal in de rug genaaid van een pyjama. De therapietrouw op lange termijn was echter zeer laag.

Zoals gezegd is het belangrijk dat patiënten met slaapapneu in een vroeg stadium worden gediagnosticeerd. Uit de studie onder 100 patiënten met hartfalen bleek de ApneaLink, een simpele screeningstool, de aanwezigheid van slaapapneu uit te kunnen sluiten. Hierdoor kan het aantal patiënten dat wordt doorverwezen voor een uitgebreid slaaponderzoek worden verminderd, hetgeen uiteindelijk zou moeten leiden tot een kostenbesparing.